Vrije sector woningen zijn voor veel middeninkomens niet te betalen, ze vallen tussen wal en schip. Vaak verdienen ze net te veel om in aanmerkingen te komen voor een sociale huurwoningen, echter zit er een behoorlijk verschil tussen de goedkopere vrije sector woningen en de huurprijs van sociale huurwoningen. Dit blijkt onder andere uit een rapport van Planbureau voor de Leefomgeving (PBL).

Geen geschikte woningen voor middeninkomens

Wie behoren tot deze groep? Het is een grote diverse groep, zowel jongeren als ouderen, gezinnen en alleenstaanden. De groep betreft ongeveer 1,5 miljoen huishoudens, als we het hebben over alle middeninkomens.

Vooral de lage middeninkomens hebben het zwaar te voortduren. Hun inkomen ligt tussen de €34.678 en €38.690 bruto per jaar. In de praktijk is dit vaak net boven de grens om in aanmerking te komen voor een sociale huurwoningen en zijn ze dus aangeven op particulier huren. Alleen in de vrije sector beginnen de huurprijzen vaak vanaf 700 euro per maand. Dit is gewoon te duur voor deze groep. Volgens het PBL zal de de grens van het maximale toegestane inkomen verhoogd moeten worden om op korte termijn een oplossing te kunnen bieden voor deze groep.

Groot gedeelte van deze groep kan geen particuliere huurwoning betalen

De mensen die een hoger inkomen hebben dan toegestaan voor een sociale huurwoning, maar hier toch wonen, worden ook wel scheefwoners genoemd. Momenteel wordt er geprobeerd om hen te motiveren, om in de vrije sector te gaan huren doormiddel van een extra huurverhoging. Echter is het PBL van mening dat deze groep het zeer moeilijk zal gaan krijgen, indien ze in de vrije sector moeten gaan huren. Bijna de helft kan namelijk helemaal geen vrije sector woning betalen, daarnaast stellen veel particuliere verhuurmakelaars weer hogere inkomenseisen waar ze niet aan voldoen. Het PBL heeft het nieuwe kabinet opgeroepen om te komen met passende extra maatregelen, zodat deze groep makkelijker een woning kan krijgen.